‘Wij geloven in het zoeken naar nieuwe mogelijkheden en daar trekken we samen in op’

Eunice Lionarons (ROC), Nanda Boonman (Careyn) en Suzanne Kadijk (Careyn)

De samenwerking tussen ROC en Careyn gaat flink wat jaren terug. De start van werken in Lerende teams bij Careyn Utrecht West en de oprichting van het BPV-bureau bij het ROC bracht de samenwerking naar een hoger plan. Begrippen als Meewerkend praktijkbegeleider, Positief Leerklimaat en Persoonsgericht werken staan daarin centraal. In een gesprek vertellen Suzanne Kadijk (Projectleider Lerende teams Careyn-Utrecht West), Nanda Boonman (Meewerkend praktijkbegeleider Careyn Utrecht West) en Eunice Lionarons (BPV-consulent ROC Midden Nederland) over de juiste skills, buiten de gebaande paden treden en de kwaliteit van werkbegeleiding.

Suzanne: ‘Ik ben bij Careyn Utrecht West gestart als Projectleider Lerende teams. Binnen dit project is het doel om het aantal studenten in de teams flink te vergroten en om daarbij anders te kijken naar leren, ontwikkelen en opleiden en hoe we die drie een plek geven binnen onze organisatie. ‘Lerende teams’ betekent dat we als mens en organisatie altijd in beweging zijn en doorontwikkelen. We willen een goede opleider en werkgever zijn en medewerkers van de toekomst opleiden. We willen de beste zorg leveren voor onze cliënt: persoonsgericht. Aandacht voor het individu en zijn of haar wensen en behoeften staan centraal.’

Meewerkend praktijkbegeleider
Nanda: ‘Ik kom oorspronkelijk uit het onderwijs en werk al langer in de zorg. Nu in de rol van meewerkend praktijkbegeleider. De afgelopen jaren zijn er steeds meer stagiairs en leerlingen op de werkvloer gekomen. Dat vraagt wat van onze medewerkers. Collega’s realiseren zich hierdoor ook steeds meer dat elke collega aan de slag moet met de ‘medewerker van de toekomst’. De nieuwe rol van meewerkend praktijkbegeleider zorgt ervoor dat de stap tussen student en praktijkopleider kleiner is, waardoor stagelopen en leren op de afdeling meer zichtbaar is. Omdat ik direct op de werkvloer aanwezig ben kan ik de leerlingen, stagiairs en werkbegeleiders daadwerkelijk ondersteunen. Ik ben voortdurend bezig met de vraag hoe ik hen het beste kan bijstaan. Deze benadering vinden ze heel prettig: ik ben in het zicht en kan direct iets betekenen, waardoor dingen niet groot worden.’

Skills
Eunice: ‘Of je nu student, werkbegeleider of praktijkopleider bent: we moeten allen aansluiting vinden en de juiste skills vergaren. Centraal staat daarin het leerklimaat. Als ik over de afgelopen jaren terugkijk, komt het neer op een vragende en onderzoekende houding. Het vergrootglas moet niet liggen op dat wat niet goed gaat, maar er moet júist gekeken worden naar het grote geheel. Dat waardeer ik enorm in onze samenwerking: die visie delen we.’

Begeleiding op maat
Hoe kunnen school en praktijkinstelling de ervaren zij-instromer goed aan zich binden en begeleiden? ‘De uitdaging is dat deze doelgroep én opnieuw moet leren, én moet presteren op de werkvloer. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd, maar worden geconfronteerd met een nieuwe, digitale leeromgeving en andere methodieken. Goede begeleiding is zo belangrijk,’ aldus Eunice. Suzanne: ‘Het mag niet zo zijn dat deze doelgroep ondergesneeuwd raakt: juist zij zijn, mede door hun werk- en levenservaring, waardevol voor de werkvloer.’ En datzelfde geldt voor andere doelgroepen, of het nu gaat om mensen met een andere culturele achtergrond of mensen met een sociale beperking. ‘Wij moeten oog hebben voor elkaar: wat heeft een ieder nodig? Hoe kunnen we dat bieden én oog hebben voor wat de ander te bieden heeft?’

Lerende teams
Suzanne: ‘Bij Careyn Waterschapshuis in Kamerik zijn we gestart met lerende teams, als pilot. Wat gebeurt er als het aantal studenten flink toeneemt en als studenten een grotere rol krijgen? Je zult dan anders moeten gaan werken en denken. Op het moment dat je daarmee aan de slag gaat, creëer je een lerend team. Het gesprek gaat daar nu over: wat doen we als team, waar hebben we behoefte aan? Dus: niet alles van te voren inventariseren en dichttimmeren, maar écht kijken naar de behoefte. Het uitgangspunt is persoonsgericht werken, aansluiten bij de bewoner én medewerker. Het was voor iedere medewerker, jong én oud, duidelijk dat iedereen een aandeel heeft in het geheel. Een ieder voelt zich gehoord als individu én als teamlid. Het geeft een impuls aan hoe je met elkaar wil werken. We zijn nu voorbij de koudwatervrees en gaan voor die blijvende cultuurverandering.’

Werkplekleren
Eunice: ‘Vanaf volgend schooljaar gaan we aan de slag met werkplekleren voor de startende eerstejaars studenten van verpleging en verzorging. Een goede kennismaking met de zorg voor studenten is zo belangrijk. We moeten met elkaar de tijd nemen om een nieuwe manier van begeleiden te ontwikkelen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen doordat we derde- en vierdejaars koppelen aan de eerstejaars, zoals in een buddy-systeem. We moeten buiten de geijkte paden gaan, durven proberen en kijken wat werkt.’

Cultuurverandering
Suzanne: ‘Bij elke verandering realiseert ieder individu zich wat er voor hem of haar verandert. Belangrijk is dat we met elkaar om tafel zitten, school en praktijkinstelling, en het hebben over hoe we meer verbinding kunnen maken tussen het werken en leren. Dit is een continu proces. De samenwerking met het ROC was er al, er lopen al jaren studenten stage bij ons. Careyn Utrecht West heeft de stoute schoenen aangetrokken en gezegd: we willen groeien in het verbinden van onderwijs met praktijk. Dat is een cultuurverandering en zo ben ik in contact gekomen met Eunice.’ Eunice: ‘Toen Suzanne met die oproep kwam tot verbinding hadden we net het BPV-bureau opgericht en waren we meer en meer bezig met het elkaar opzoeken en proactief benaderen. Dit was een mooi moment om elkaar te spreken over het benutten van elkaars krachten en competenties. We creëren steeds meer ruimte voor initiatief aan beide zijden, bijvoorbeeld: eerstejaars in de thuiszorg. Wij geloven in het zoeken naar nieuwe mogelijkheden en daar trekken we nu samen in op.’

Begeleidingsstijl
Eunice: ‘Nu we korte lijnen hebben met de meewerkend praktijkbegeleiders zijn de consulenten ook betrokken bij het bevorderen van de kwaliteit van de werkbegeleiding. Het gaat om het samen monitoren van die student. We maken gezamenlijk afspraken over diens verwachtingen en wensen en zo ondersteunen we ook de werkbegeleiders in het aanpassen van zijn of haar begeleidingsstijl aan de leerstijl van de student. In het gesprek dat we, school en praktijk, halverwege de stage hebben met de student, pakken we dat letterlijk terug: hoe ervaart de student het stagelopen, staan de wensen nog overeind? Zo voorkomen we ruis en borgen we het goed begeleiden van de student.’ Nanda: ‘Ruis voorkomen scheelt veel tijd en irritatie. De student goed volgen, weten wat zijn of haar wensen zijn, zorgt ervoor dat je in gesprek bent en blijft met elkaar. En dan geldt: het is niet alleen maar het gesprek voeren met de juiste vaardigheden en toon, maar ook de bewustwording: wéét ik dit of dénk ik dit? Zijn dit mijn vooroordelen? Wat neem ik feitelijk waar?’

Challenges
Eunice: ‘in samenwerking met o.a. Careyn zijn we gestart met Challenges, waarbij de studenten samenwerken met studenten van andere scholen en andere niveaus. We stimuleren zo studenten projectmatig te denken, op onderzoek uit te gaan en betekenisvolle Challenges te presenteren die hun creatieve ideeën representeren. Dat is heel uitdagend en een goede manier om studenten in hun kracht te zetten. Dit gebeurt nu op basis van vrijwilligheid en zou eigenlijk ingebed moeten worden in het onderwijsprogramma waardoor het aantal studenten dat meedoet, ook daadwerkelijk toeneemt.’

Foto
V.l.n.r. BPV-consulent Eunice Lionarons samen met Meewerkend praktijkbegeleider Nanda Boonman (Careyn Utrecht West) en Projectleider Lerende teams Suzanne Kadijk (Careyn Utrecht West)

9 juli 2020
ROC Midden Nederland
Gezondheidszorg College

Heb je vragen?

Studiekeuzevragen? Vraag het ons voorlichtingscentrum: