Hoe stimuleren we de creativiteit en zelfregie bij de student?

Eerste kennismaking student met praktijk

Afgelopen week zijn we in gesprek gegaan met de praktijkopleiders van Careyn en AxionContinu. Centraal stond: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we in de samenwerking tussen praktijk en school werkplekleren introduceren én organiseren in de verschillende organisaties? En: waar moeten we dan rekening mee houden? De gedachte bij werkplekleren is dat studenten zelfregie en creativiteit inzetten in de eerste stappen naar de beroepspraktijk. In die eerste kennismaking met de praktijk werkt de student ontwikkelingsgericht vijf praktijkopdrachten uit.

Waarom werkplekleren?
Het werkplekleren is een eerste, laagdrempelige kennismaking van de student met de beroepspraktijk. Het is de start van meer zelfstandigheid voor de student: op school wordt hij gestimuleerd in het zelfstandig contactleggen met de praktijk en op zoek te gaan naar een geschikte plek. De student doet zo ervaring op in de ontwikkeling naar meer zelfregie en legt een basis om in het tweede jaar beter beslagen ten ijs te komen voor het echte stagelopen. Met de studentcoach reflecteert hij over de opgedane leerervaringen en de diverse zorgsituaties die hij tegenkomt. De werkbegeleiding kan wisselen: deze kan gedaan worden door een ervaren collega, maar ook door een ouderejaars stagiaire die zo weer ervaring opdoet in werkbegeleiding. Het doel is de student in beweging te zetten, kennis te laten maken met werknemersvaardigheden, te laten reflecteren en zijn creativiteit te prikkelen en stimuleren.

Waar werkplekleren?
Deze manier van leren kan gerealiseerd worden op diverse plekken in een organisatie. Denk bijvoorbeeld aan een zorgboerderij, projecten voor begeleid wonen, een dagactiviteitencentrum in de wijk, gezondheidscentrum, activiteitenbegeleiding of pedagogisch werk in een zorginstelling.

Ontwikkelingsgericht
Tijdens het eerste leerjaar omvat werkplekleren 80 uur. In dit jaar voert de student vijf ontwikkelingsgerichte opdrachten uit. Deze opdrachten zijn laagdrempelig en gebaseerd op zorg en/of begeleiding. De opdrachten zijn opbouwend: van de kennismaking met verschillende zorgvragers, het contact leggen en samen de dagactiviteiten bespreken tot het ondernemen van activiteiten met een zorgvrager als het lezen van een boek of het bekijken van een fotoalbum. Daarnaast zal de student ondersteuning leveren op het gebied van huishoudelijke taken en mobiliteit en het doen van inkopen. De student onderneemt twee dagactiviteiten met een zorgvrager en uiteindelijk zal de student ondersteuning bieden bij Persoonlijke verzorging. Hierbij kun je denken aan: uiterlijke verzorging, aan- en uitkleden en het bieden van hulp bij eten en drinken.

Reflectief
Gedurende het werkplekleren houdt de student zelfstandig een logboek bij. De begeleider vult het logboek aan met tips voor de student voor het stagelopen in het tweede leerjaar. Het werkplekleren valt onder schoolactiviteiten, de student is daarvoor verzekerd. Het werkplekleren vindt plaats gedurende kantoortijden.

Feiten
De studenten gaan zelfstandig op zoek naar een leerwerkplek. Mochten ze hier echt niet uitkomen, dan krijgen de studenten de algemene contactgegevens van de instellingen die zich hiervoor hebben opgegeven.
In overleg met de begeleider plant de student in op welke dagen hij of zij voor hoeveel uur komt werkplekleren. Dit vindt altijd plaats op een lesvrije dag omdat die dag de student dan naar school moet.
De Canmeds-rollen vormen de onderlegger voor de studenten tijdens werkplekleren en zijn opgenomen in de module.

Wanneer start welke groep?
Studenten gestart in februari gaan werkplekleren vanaf periode drie, in november. Zij zoeken vanaf eind periode twee, vlak voor de zomervakantie, een werkplek. (Dit jaar heeft i.v.m. de start van werkplekleren hiervoor enige vertraging opgelopen).
Studenten gestart in september gaan ook werkplekleren vanaf periode twee, vanaf februari. Dit betekent dat zij het aan het einde van periode twee, in december/januari, een werkplek gaan zoeken.

Studenten ondernemen dit zelfstandig, dit is onderdeel van het ontwikkelproces. Zo kan de student via het eigen netwerk een werkplek vinden of bijvoorbeeld in de buurt waar hij of zij woont. Hier heeft de studentcoach een stimulerende rol. Mochten studenten ertegenaan lopen dat het niet lukt om zelfstandig een werkplek te zoeken, bijvoorbeeld in geval van taalachterstand, dan kunnen de BPV-consulenten en de studentcoach hierbij helpen.

Meer informatie
Meer over de visie op de begeleiding van de student vind je hier. Wil je meer weten over de module werkplekleren? Download deze hier.

 

12 oktober 2020
ROC Midden Nederland
Gezondheidszorg College

Heb je vragen?

Studiekeuzevragen? Vraag het ons voorlichtingscentrum: